4. De zorg voor de kinderen

4.1. Nieuwe leerlingen

Wanneer ouders na kennismaking met de school d.m.v. een gesprek en een rondleiding voor de Tjotter kiezen, kan een leerling worden ingeschreven
Ouders kunnen hun kinderen inschrijven bij de directie. Dit gebeurt meestal na een rondleiding en na een gesprek.
Inschrijving geschiedt door middel van een inschrijfformulier.
Bij leerlingen die van school veranderen, wordt altijd contact opgenomen met de vorige school.

Bij grote toeloop kan de school een wachtlijst hanteren voor kinderen van buiten het voedingsgebied (Landstrekenwijk en Hollandse Hout).

De meeste kinderen komen op school zodra ze vier jaar zijn geworden. Voordat een kind werkelijk op school komt, mag hij/zij 5 dagdelen “meedraaien”. De leerkracht spreekt met u af op welke dagen uw kind kan komen kennismaken. Kinderen die tussen juni en september jarig zijn, maken kennis tijdens de zgn. “doordraaidag”. Deze kinderen beginnen na de zomervakantie in groep 1.
Er zijn ook kinderen die door verhuizing in een hogere groep instromen, ook zij worden uitgenodigd voor de “doordraaidag”.
Ook deze leerlingen mogen vooraf een keer komen meedraaien. U kunt hier met de leerkracht
een afspraak over maken. Een medeleerling krijgt de taak de nieuwe groepsgenoot wegwijs te
maken in de school.
De kleutergroepen zullen in de loop van het jaar groeien. Wij houden dit in de gaten en zullen binnen onze mogelijkheden maatregelen nemen om te voorkomen dat door de groepsgrootte een onwerkbare situatie ontstaat.

4.2. Het volgen van de ontwikkeling van de kinderen

Van iedere leerling wordt een eigen dossier gevormd. Daarin worden persoonlijke gegevens bewaard zoals toets- en observatieresultaten. De groepsleerkracht en de interne begeleiders houden het dossier bij. Het dagelijks werk wordt door de leerkracht nagekeken en beoordeeld. De kennis wordt regelmatig getoetst met methodegebonden toetsen. De resultaten en het overige werk kunt u, na afspraak, inzien.
In de kleutergroepen zitten groep 1 en 2 bij elkaar.
Er zitten duidelijke leerlijnen in de spel-, leer- en ontwikkelingsmaterialen en er is een gevarieerd activiteitenaanbod met veel aandacht voor de taalontwikkeling. Door middel van observatie en toetsing stellen de leerkrachten de ontwikkelpunten vast en bouwen daarop voort. De ontwikkeling van de basisvaardigheden (lezen, taal, rekenen en schrijven) wordt o.a. gestimuleerd door de inrichting van zgn. hoeken met spel-, leer-, en ontwikkelingsmateriaal. De kinderen krijgen de mogelijkheid om in de lees/schrijfhoek en via de computer in aanraking te komen met voorbereidende en aanvankelijke lees- en taalactiviteiten. Wanneer het kind er aan toe is, wordt een begin gemaakt met het aanvankelijk leesproces (zoals het aanleren van letters). De leerkrachten van de kleutergroepen en de groepen drie werken samen om de ontwikkeling vloeiend te laten verlopen. Kinderen die extra aandacht behoeven, worden aangemeld voor de leerlingbespreking met de intern begeleider.

4.3 Overgang van groep 2 naar groep 3

Aan het eind van groep 2 worden de kinderen voorbereid op hun overgang naar groep 3. Een enkele keer komt het voor dat een leerling daar nog niet aan toe lijkt te zijn. In deze gevallen wordt er door het zorgteam serieus gekeken naar de mogelijkheden om de leerling toch naar groep 3 te laten gaan. In het uiterste geval kan er een (tijdelijke) kleuterverlenging worden voorgesteld. Ook komt het in uitzonderlijke gevallen voor dat een leerling al vroeg toe is aan de leerstof van groep 3. In zo’n geval zorgt de leerkracht voor aangepaste leerstof en wordt het zorgteam ingelicht. Het is in uitzonderlijke gevallen mogelijk dat een leerling op advies van deskundigen vervroegd in groep 3 gaat werken.

Twee maal per jaar worden er in de hele school methode-onafhankelijke toetsen afgenomen. In groep 2 nemen wij de CITO toets “ordenen” en “taal voor kleuters” af en ook de woordenschattoets. In de groepen 3 t/m 8 zijn dat de leestoetsen (AVI), spelling, rekenen en begrijpend lezen (de laatste twee van CITO). De resultaten geven ook een beeld van de school in vergelijking met andere scholen die een overeenkomstige schoolbevolking hebben.

De resultaten worden door de leerkracht met de interne begeleider besproken en indien nodig worden er plannen gemaakt om de kinderen verder te begeleiden..
Behalve de resultaten van de individuele leerling worden ook de groeps- en schoolresultaten besproken en zonodig aangepakt.
Door te toetsen, maar ook door te observeren, wordt een totaalbeeld van de leerlingen verkregen. Op deze manier ontstaat een duidelijk beeld van de leerling en de eventuele hulpvraag.
Kinderen die snel leren hebben een uitdaging nodig die bijvoorbeeld in de vorm van verrijkingsstof kan worden aangeboden. Voor alle kinderen die hulp nodig hebben wordt een handelingsplan gemaakt. Dit plan komt ook in het dossier van de leerling. Handelingsplannen worden regelmatig in de leerlingbespreking doorgenomen en zonodig bijgesteld.

4.4 Het Zorgteam

In ons zorgteam zijn twee Intern Begeleiders werkzaam en een Onderwijsassistente. Zij vormen de vaste kern van het zorgteam. Andere personeelsleden zijn daaraan toegevoegd wanneer zij niet voor de groep staan.
De taak van het zorgteam is het organiseren van de toetsen en het toezicht daarop, tevens de uitwerking van de toetsuitslagen. Het zorgteam organiseert de leerlingbesprekingen. Het zorgteam draagt verantwoordelijkheid voor de handelingsplannen van kinderen die besproken zijn. Het zorgteam draagt ook verantwoordelijkheid voor de uitvoering van het beleid t.a.v. de leerlingen met een persoonsgebonden budget (de “rugzakjes”). Daarnaast voert het zorgteam overleg met externe instanties betreffende de leerlingzorg.
Dit team draagt kortweg zorg voor de ontwikkeling van alle leerlingen en voor de uitschieters in het bijzonder.
Het beheer van het leerlingvolgsysteem is ook een taak van het zorgteam.

Er bestaat ook een Club Extra: hier worden extra lessen beweging voor kinderen met een bewegingsachterstand gegeven. De vakleerkracht geeft hierover advies.
De Club Extra is op woensdagmiddag voor 3 leeftijdsgroepen: gr.1/3, gr. 4/6, gr 7/8 zodat de kinderen op hun eigen niveau aan de slag kunnen.

4.5 De ontwikkeling van het onderwijs

Onze school wil voor al onze leerlingen goed onderwijs verzorgen. Dat wil zeggen, onderwijs dat bij de mogelijkheden van het kind past. Wij streven ernaar een goed onderwijsaanbod voor kinderen met verschillende onderwijsbehoeften op onze school te realiseren.
Onze school neemt deel aan het samenwerkingsverband van het openbaar en het neutraal bijzonder onderwijs in Lelystad. In dit samenwerkingsverband werken scholen voor basis- en speciaal basisonderwijs samen en bundelen zij de zorg voor de kinderen van ons samenwerkingsverband.

Soms gebeurt het echter dat wij signaleren dat een kind niet of nauwelijks profiteert van het onderwijsaanbod van onze school. Dan bieden wij extra en speciale hulp aan dit kind. Als deze extra hulp toch nog niet het gewenste resultaat oplevert, roepen wij na overleg en met toestemming van de ouders de hulp in van het Zorgplatform in Lelystad. Dit Zorgplatform bestaat uit orthopedagogen, psychologen, onderwijskundigen, logopedisten, maatschappelijk werkers en leerkrachten uit het speciaal onderwijs. Zij helpen ons om een goed inzicht te krijgen in de problematiek en zij geven advies.

Als een leerling een apart programma moet volgen wordt dit altijd met de ouders/verzorgers overlegd.
Als onverhoopt blijkt dat de grenzen van onze zorg bereikt worden, of dat oplossingen niet door ons verzorgd kunnen worden, kan dit betekenen dat er hulp van buiten de school moet komen, of dat de ouders het advies krijgen om hun zoon of dochter aan te melden bij een andere basisschool of bij een school voor speciaal basisonderwijs (sbo).

In dat laatste geval verloopt de aanmelding via de Permanente Commissie Leerlingenzorg (PCL). Deze commissie bepaalt of een kind toelaatbaar is tot een school voor speciaal onderwijs.

4.6 Leerlinggebonden financiering (rugzakje)

Het onderwijs aan leerlingen met een handicap of een stoornis is veranderd sinds 2003. Ouders hebben de keus of zij hun kind naar een school voor speciaal onderwijs willen laten gaan of naar een reguliere school in de woonomgeving. In het laatste geval geldt in principe de normale toelatingsprocedure, daarbij moet de school voldoende mogelijkheden zien om de leerling adequaat te begeleiden zonder dat daardoor het onderwijs aan andere leerlingen in het gedrang komt. Een weigering zal altijd goed gemotiveerd moeten worden.
Een onafhankelijke commissie bepaalt of een leerling een zgn. rugzak meekrijgt. Daarmee kan de school speciale voorzieningen en ondersteuning regelen. Er wordt een handelingsplan opgesteld. Daarin worden ook de afspraken vastgelegd over de besteding van het rugzakje. Dit gebeurt in overleg met de ouders.
De begeleiding van zgn. rugzakleerlingen wordt in de Tjotter door het zorgteam gecoördineerd.

4.7 Ambulante begeleiding

Het zorgteam is verantwoordelijk voor de leerlingbegeleiding op school. Het zorgteam houdt de afspraken in de gaten en adviseert de leerkrachten waar het gaat om extra hulp voor een leerling. De intern begeleiders overleggen met de leerkrachten over het praktisch werken met de kinderen. Voorts kunnen zij een verzoek indienen voor extra ondersteuning. Een leerkracht (die niet op de Tjotter werkt, maar b.v. in het speciaal onderwijs) komt dan één of twee keer per week met een leerling werken. Deze leerkracht is de ambulante begeleider. (Op deze manier is er sprake van extra hulp voor die leerling die dat nodig heeft.) In de meeste gevallen zal de hulp naderhand met hulp van de ambulant begeleider door de school (ons zorgteam) worden overgenomen.

4.8 Logopedie

Om de week bezoekt de logopediste de school. Als de kinderen 5 jaar worden, brengen ze haar allemaal een bezoekje. Wanneer de logopediste dit wenselijk acht, wordt er contact opgenomen met de ouders van de desbetreffende kinderen. Kinderen die hiervoor in aanmerking komen worden door de logopediste verder behandeld of doorverwezen naar de particuliere logopedist.

4.9 Rapportage aan ouders/verzorgers

Algemeen
Waar ouders staat dient ouders/verzorgers gelezen te worden.
Alle rapportage is aan ouders gericht m.u.v. de bladzijde in de onderbouw die speciaal voor de kinderen is bedoeld. In het laatste rapport van het schooljaar kunnen opmerkingen aan de kinderen zijn gericht.
Leerkrachten schrijven alleen in de rapporten indien de rapportage op zich niet duidelijk genoeg is.

Wanneer er sprake is van werk op eigen niveau, wordt het werk op dit niveau beoordeeld en wordt dit in het rapport aangegeven

In november

Gesprekken met alle ouders van alle groepen.
Geen schriftelijke rapportage.
Ouders krijgen inzage in het werk van de kinderen.
Gesprekken duren tien minuten.

In de planning wordt rekening gehouden met broertjes en zusjes.
Wanneer een ouder verhinderd is, zorgt de leerkracht voor een nieuwe uitnodiging.

In januari

Schriftelijke rapportage aan de ouders over alle leerlingen.
Alle ouders worden uitgenodigd voor een gesprek van tien minuten.
Tijdens het gesprek wordt het rapport besproken en na afloop wordt het rapport aan de ouders meegegeven

In juni

Schriftelijke rapportage aan de ouders van alle leerlingen.
De rapporten worden (meestal) in de voorlaatste schoolweek meegegeven.
Afspraken voor gesprekken met ouders vinden alleen plaats wanneer daar aanleiding toe is.

Groep acht krijgt het rapport op de laatste schooldag, na de musical.
Met de ouders van deze groep hebben adviesgesprekken plaatsgevonden.

4.10 Begeleiding naar het voortgezet onderwijs

In groep 8 worden de kinderen voorbereid op het voortgezet onderwijs. Er wordt gesproken over de verschillende vormen van onderwijs. Wij bezoeken de openbare scholen voor voortgezet onderwijs in onze gemeente.
In groep acht wordt de CITO-eindtoets afgenomen (in 2009 voor het eerst). Op basis van dit onderzoek wordt een schooladvies geformuleerd. Gegevens uit het schooldossier en van het afgelopen jaar worden door de leerkracht gebruikt als aanvulling op dit advies.
De leerlingen krijgen omstreeks maart een schoolverlatersrapport waarvan een afschrift naar hun nieuwe school gaat De groepsleerkracht heeft geregeld overleg met de nieuwe school van het kind. Na de inschrijving komt de contactpersoon van de school naar de Tjotter om over de leerling te praten. Wij volgen onze leerlingen nog een aantal jaren terwijl ze op het voortgezet onderwijs zitten.

4.11 De resultaten van het onderwijsleerproces

Onze school wil alle leerlingen zo goed mogelijk voorbereiden op het voortgezet onderwijs. De meesten stromen uit naar een van de (openbare) scholengemeenschappen in Lelystad. De scholengemeenschappen zijn overwegend ‘ brede’ scholen, die opleidingen verzorgen voor vmbo, havo en atheneum. Elke scholengemeenschap start met een basisvorming. Tijdens de basisvorming wordt meestal ook de keuze voor het niveau van het vervolgonderwijs gemaakt. Voor de rapportage naar het voortgezet onderwijs wordt gebruik gemaakt van het onderwijskundig rapport.

Als uw kind meer en extra hulp nodig heeft en een extra steuntje in de rug nodig heeft is het Leer Weg Ondersteunend Onderwijs (LWOO) voor uw kind een goede plek . Als uw kind meer of extra zorg behoeft en uw kind onvoldoende baat heeft bij de extra zorg van het reguliere voortgezet onderwijs kan het worden aangemeld bij het voortgezet speciaal onderwijs (VSO). Voor toelating naar beide vormen bestaan wettelijke procedures. Hierover wordt u, als dit van toepassing op uw kind is, uiteraard door ons goed en tijdig geïnformeerd.

Wij streven ernaar met al onze leerlingen de kerndoelen te bereiken.

4.12 Verhuizing / Verandering van school

Indien een leerling verhuist of om een andere reden van school verandert, zorgt de school ervoor dat alle gegevens van de leerling d.m.v. een onderwijskundig rapport op de nieuwe school komen.
Voordat een kind van school verandert, wordt door de ouders het uitschrijfformulier ingevuld. Dit is bij de administratie of de directie te verkrijgen.